Aanstellerig gooide Heleen haar hoofd achterover, terwijl ze de laatste slok chocomel uit het plastic bekertje lurkte. “Ik heb echt zo’n zin om straks lekker een glaasje rosé te drinken als we in Nice aan het strand zitten!”, kirde ze. Ze loog, want ze zag enorm op tegen deze vakantieweek met haar zus Coby, en niet te vergeten haar lelijke man Joop, die ze al helemaal niet mocht.

Coby streek met een zorgelijke blik de plooien van haar windjack glad, terwijl ze voelde of haar etui met paspoort, portemonnee en tickets nog om haar nek hing. Waarom ze ooit had voorgesteld om met Heleen op vakantie te gaan wist ze eigenlijk ook niet meer. Ze had er in elk geval spijt van als de haren op haar hoofd. Een slecht voorbeeld trouwens, want zo’n volle dos had Coby nou ook weer niet. Dan was haar man Joop beter bedeeld, met z’n woeste grijze haar. Dat haar groeide niet alleen op zijn hoofd, maar ook met hetzelfde gemak uit zijn oren, neus, en daar laten we het maar even bij.

Want zo boeiend is het ook weer niet: het zijn maar een paar mensen die ik hier op Schiphol in een koffietentje zie zitten, terwijl ik zelf op mijn vlucht naar Stockholm zit te wachten. In mijn hoofd had zich rond Coby en Heleen al een heel verhaal gevormd, dat uitging van Heleen als verzuurde oude vrijster. Terwijl ik dat zat te schrijven schoof er ineens een vreemde man aan naast Heleen, die z’n arm om haar heen sloeg. Niks oude vrijster! Dat verpestte mijn verhaallijn even, maar niet getreurd: ik ga nu gewoon verder.

Heleen zie ik ondertussen een flesje witte wijn openmaken. Het is overduidelijk dat ze een alcoholprobleem heeft, besluit ik. Dat kán ook niet anders met zo’n rare man. En net zat ze natuurlijk ook al verlekkerd over rosé te praten, dus dat sluit ook weer mooi aan. En omdat mijn vlucht nog een uur op zich laat wachten, fantaseer ik nog vrolijk even door.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *