Auto met pech op vluchtstrook

Toen het vervolgens ging hagelen wist ik het zeker: ik werd gestraft voor iets verschrikkelijks. Iets dat ik in een vorig leven had gedaan, of misschien wel in het hier en nu? In elk geval kon ik deze opeenstapeling van pech niet meer negeren. Het was een teken van Boven.

Een dag of vier voordat deze hagelstenen verwijtend in m’n gezicht striemden was ik op weg naar huis na een repetitie met een blaaskwintet op zaterdagochtend. De zon straalde vrolijk en goedgehumeurd draaide ik m’n auto de A9 op, waar ik een auto op de vluchtstrook zag staan. Er stapte een man uit, die (duidelijk overstuur) z’n auto begon te schoppen. Ik moest lachen om dit louis-de-funèsserige tafereeltje en hoorde niet hoe mijn eigen auto een geluidssignaaltje gaf. Ping!

Dat gaf niks, want het signaaltje klonk nog een keer. Ook ging er een rood vlakje branden op het dashboard met een paniekerige boodschap: “STOP! KANS OP MOTORSCHADE!”. Snel stuurde ik m’n auto aan de kant en zette de motor uit en weer aan: die truc werkt bij een laptop ook, dus waarom in dit geval niet? Maar helaas: de geluidjes en waarschuwing bleven.

Meneertje

De chauffeur van het Amsterdamse bergingsbedrijf moest even zoeken, maar kon me vervolgens precies vertellen wat er mankeerde: “Er zaten wel twee foutmeldingen in, meneertje. Die heb ik er nu uitgehaald, dus u kunt gewoon weer rijden.”. Met een lichte twijfel (zo’n foutmelding komt toch ergens vandaan?) stapte ik weer in en reed naar huis en ging verder met m’n leven.

Twee

De zondag erop was het weer nog mooier, en na een repetitie met een blaasoctet werd m’n reis naar huis weer onderbroken door hetzelfde ping-geluidje. Dezelfde routine volgde, maar deze keer werd m’n auto meegenomen . Vervangend vervoer was snel geregeld en zo was ik – twee uur later dan gepland – toch weer veilig thuis in een zilverkleurig Peugeootje. Gedoe en administratief geregel, maar niks aan de hand. Van de grote climax die een dag later zou volgen had ik nog geen enkel besef.

Liftgeluidje

Met de typische geur van het interieur van een nieuwe auto in m’n neus ging ik de volgende avond weer op pad in het vervangende wagentje. Samen met mijn vriend eten bij m’n schoonouders, die ons een smakelijke berg met nasi hadden beloofd. Later dan bedacht en met stevige trek (want honger hebben alleen de kindertjes in Afrika) vertrokken we naar Zaltbommel. In de allerlaatste bocht op de snelweg liet het Peugeootje plotseling een soort liftgeluidje horen. En nog eens, en nog eens. Toen zag ik het: dezelfde akelige melding die mijn eigen auto ook had gegeven was me gevolgd en had ook bezit genomen van dit gehuurde exemplaar. “STOP! KANS OP MOTORSCHADE!”

Vluchtstrook

Verbijsterd zette ik de motor af, waarna de situatie in snel tempo uit de hand liep. “In de berm wachten? Belachelijk! Ik blijf lekker zitten tot ze de auto weg komen halen.”, brieste m’n vriend. Ik sputterde nog wat over veiligheid, wetgeving en politie, maar dat mocht niks baten. Hij bleef woest zitten, en ik stapte uit om de berging te regelen. Dat was zo gepiept (ik had immers al vaker met dat bijltje gehakt), dus het grote wachten kon beginnen. Deze keer had ik alleen niet zo’n handige plek uitgekozen om stil te staan: een scherpe bocht met slecht zicht, en het begon al flink te schemeren. Stel je voor dat iemand bovenop de auto zou rijden: ik zag het ineens voor me. Dat zou toch een akelige en traumatische toestand zijn. Wat nu? De ene na de andere vrachtwagen zoefde voorbij en deed de auto daarbij heen en weer schudden.

Politie

Toen ik tevergeefs had geprobeerd om m’n vriend te bewegen om samen met mij in de berm te gaan wachten (“In die wind zeker? Ik ben niet gek!”) liep ik een stukje terug op de vluchtstrook. Als het tegemoetkomende verkeer mij zou zien staan met m’n verwaaide hoofd snapten ze vast wel dat er verderop een auto met pech stond. Zo was ik een soort wandelende gevarendriehoek in de regen. Regen? Ja, naast de wind was het inmiddels zachtjes begonnen met regenen. Mijn jas was niet echt waterdicht en ik was inmiddels wel klaar met deze situatie. Maar daar verschenen zwaailichten in de verte: dat moest de bergingswagen zijn die me uit mijn lijden kwam verlossen. Maar nee, het was een motorfiets. Een agent in burger, die mij vroeg of ik wel wist hoe gevaarlijk ik bezig was.

Hagel en nasi

Ik probeerde nog mijn tragische relaas over de opeenstapeling van pechgevallen aan te voeren, maar de agent had er geen boodschap aan, en ook niet aan mijn goede bedoeling als menselijke gevarendriehoek. In de regen (die inmiddels was gegroeid tot een stevige bui) moest ik voor de motoragent uit terug lopen naar de auto, waar hij me vervolgens doorweekt achterliet. De bergingswagen was in geen velden of wegen te bekennen, en vertwijfeld keek ik naar boven. Wie of wat deed me dit aan? Waar had ik dit aan verdiend? Een duidelijk antwoord op deze vraag kreeg ik niet, maar hij of zij liet wel merken dat het serieus was: uit het niets begon het ineens te hagelen. Hagel! Dikke korrels die dankzij de harde wind in m’n gezicht striemden en via m’n nek over m’n rug gleden.

Verlossing

Maar wacht, daar trilde m’n telefoon in mijn broekzak: dat moest iemand zijn die een einde ging maken aan deze kwelling, ik voelde het. Met herwonnen vertrouwen nam ik de telefoon op en schreeuwde door de wind en hagel heen: “HALLO?!!”. Het was mijn schoonvader. Hj zat inmiddels al drie kwartier te wachten met de nasi, en wilde toch maar gaan eten. Normaal aten ze sowieso al om 18:00 uur, dus het begon nu wel erg laat te worden. Terwijl ik de neiging op voelde komen om hard te gaan huilen drong het ineens tot me door: ik had natuurlijk nooit die louis-de-funèsserige man die z’n auto stond te schoppen moeten passeren.

Wat gij niet wilt

Ik had moeten stoppen en mij als een barmhartige Samaritaan over deze mede-automobilist moeten ontfermen. Samen met hem geïnteresseerd onder de motorkap moeten kijken alsof ik er iets van snapte, of aanbieden om hem naar huis te slepen met mijn sleepkabel (die ik niet heb). Maar dat had ik allemaal niet gedaan: ik had de man uitgelachen en daarmee het noodlot getart. Of de ANWB erachter zat, of een andere hogere macht? Ik weet het niet, maar ik heb mijn lesje wel geleerd. Als ik nog eens iemand met pech zie staan, dan ga ik vol in de remmen en werp me met alle medemenselijkheid die ik in mijn lijf kan vinden op de getroffen automobilist. Echt, dat beloof ik plechtig.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *